Veelgestelde vragen

Titel

Technisch gezien is het mogelijk om een zonneboiler aan te sluiten op de stadsverwarming. Het aansluiten van een zonneboiler op stadsverwarming is wel een stuk ingewikkelder en het leidingwerk is vaak veel langer (van het dak naar de meterkast), dan bij een cv-ketel op zolder. Daardoor zijn er extra kosten mee gemoeid wanneer je een zonneboiler wil combineren met stadsverwarming.

Een zonneboiler heeft over het algemeen een zeer lange levensduur van circa 25 tot 30 jaar of zelfs langer.

In een gemiddeld huishouden gaat 20% à 25% van de totale gasrekening naar het produceren van warm tapwater. Een vuistregel die ook wel wordt gehanteerd is 100 m3 gas per persoon in het huishouden. Bij een zonneboilersysteem kan je rekenen op ongeveer een besparing van 50% tot 60% op de energiekosten voor het warme tapwater. Dit is onder andere afhankelijk van het warmtapwaterverbruik in de woning (aantal bewoners).  Hoe hoger het warmtapwaterverbruik in de woning, hoe  interessanter een investering in een zonneboiler zal zijn. Wanneer de zonneboiler ook wordt ingezet als ondersteuning voor de verwarming, dan zal de besparing een stuk hoger uitvallen.

De levensduur van zonnepanelen ligt  gemiddeld boven de 25 jaar. En van de nieuwste panelen wordt verwacht dat meer dan 40 jaar meekunnen. De panelen verliezen door de jaren heen wel een deel van hun productievermogen, maar dat is zeer beperkt.

Het is beter om geen zonnepanelen te plaatsen op plekken waar schaduw valt. Als dit toch onvermijdelijk is, kun je het best kiezen voor micro-omvormers: elk paneel krijgt zijn eigen omvormer om het systeem optimaal te laten presteren.

De meeste zonnepanelen op de Nederlandse markt zijn blauw of zwart. De verdeling is ongeveer half om half. De zwarte panelen zijn van monokristallijn silicium, de blauwe panelen zijn van polykristallijn silicium. De opbrengst van blauwe en zwarte panelen is in de praktijk ongeveer gelijk. Veel mensen kiezen voor zwarte panelen omdat ze die mooier vinden. Blauwe panelen zijn meestal iets goedkoper. Er bestaan ook panelen in andere kleuren (brons, groen of paars). De opbrengst van deze gekleurde panelen is 10 tot 25 procent lager dan van gangbare panelen.

Voor stroom die je aan het net levert, krijg je dezelfde prijs als jij voor stroom betaalt (gemiddeld 22 cent per kWh, prijspeil 2019). Dit heet salderen. Maar hier zit wel een maximum aan. Lever je méér aan het net dan je van het net afneemt, dan mag jouw energiebedrijf voor die ‘extra’ stroom een lager tarief betalen. Dat tarief ligt ongeveer tussen de 3 en 12 cent per kWh, in plaats van de 22 cent per kWh die je via het salderen krijgt. Een Nederlands huishouden verbruikt gemiddeld 3.000 kWh aan stroom. Dat komt overeen met 10 zonnepanelen. Vanaf 2023 wordt de salderingsregeling waarschijnlijk afgebouwd. Elk jaar krijg je iets minder geld voor de stroom die je aan het net levert. Vanaf 2031 verdwijnt de regeling helemaal.

Een set van 10 panelen met een vermogen van 3.300 wattpiek) kost  rond de € 4.500 inclusief installatie en omvormer.  De meeste omvormers moeten eenmaal in de leverduur van de panelen worden vervangen, kosten € 500 a € 700. De terugverdientijd ligt momenteel rond de 6 a 7 jaar.

Als je als particulier zonnepanelen koopt, kun je de btw op aanschaf en installatie (21 procent) terugvragen van de Belastingdienst. Bij een pakket van 10 zonnepanelen (3.000 wattpiek) voor 4.700 euro levert dit 760 euro op. De installateur kan dit voor je regelen.

Via www.zonnedakje.nl is het mogelijk om inzicht krijgen in de mogelijkheden om zonnepanelen op daken te plaatsen. Ook geeft deze tool informatie over het aantal aanwezige zonnepanelen in de gemeenten in de regio.

De website geeft een goed beeld van de bestaande situatie; op basis van luchtfoto’s geeft het aan op welke daken er al zonnepanelen liggen en hoeveel. Ook maakt zonnedakje.nl een inschatting hoeveel zonnepanelen er op een bepaald dak (bij)geplaatst kunnen worden. Waarbij ook gekeken wordt hoeveel oppervlakte van het dak zon krijgt. De inzichten worden aangevuld met data zoals bouwjaren.

Het isoleren van de spouw kost tussen de € 17,= en € 25 per m2. Bij een tussenwoning kost dit rond de € 800 en een twee onder 1 kap woning kosten rond de € 1.500. Gemiddeld is de investering in 3 tot 5 jaar terugverdiend.

Als er ruimte zit tussen de bestaande isolatie en de buitenste muur, dan kan dat. Echter alleen na grondige inspectie door een gecertifieerd bedrijf. En let op: na isoleren is ongeveer net zo duur als het isoleren van een niet geïsoleerde muur, daarom is na isolatie minder snel terugverdiend.

Spouwmuurisolatie is interessant voor woningen die tussen 1920 en 1975 zijn gebouwd; die hebben bij de bouw wel een spouw maar geen isolatie meegekregen. Isolatie ontbreekt soms ook bij woningen die tussen 1975 en 1982 zijn gebouwd met een bouwvergunning van voor 1975. In woningen gebouwd na 1975 is over het algemeen spouwisolatie aanwezig.

De spouw moet eerst gecontroleerd worden of hij schoon droog en breed genoeg is. Het isolatiebedrijf moet dat vooraf controleren. Een spouw kan meestal niet geïsoleerd worden als de buitengevel geschilderd is.

Als de woning na 1920 is gebouwd en de buitenmuur in zijn totaal meer dan 25 centimeter dik is, is er een kans groot dat er een spouw aanwezig is. En het spouwisolatiebedrijf komt de woning altijd vooraf inspecteren op aanwezigheid van de spouw en op deze schoon droog en breed genoeg is.

Als er een geïsoleerde spouwmuur is, is het een van de slimste maatregelen die je kunt treffen. De kosten vallen meestal erg mee en je hebt de investering meestal in 3 tot 4 jaar terugverdient.

Op termijn wel, maar als de gevel, de vloer of het dak nog niet geïsoleerd zijn, is het raadzaam dat eerst te doen. Die maatregelen leveren meer besparing op en zijn sneller terugverdiend.

Over het algemeen wel, soms moet het kozijn wat aangepast worden. Met name bij de draaiende delen (openslaande ramen) moet gecheckt worden of het kozijn en de scharnieren het dubbele glas kunnen dragen. De glasleverancier let hier altijd op.

Voor het klimaat, je woonplezier en je energierekening is het goed om al het enkele glas in de woning (ook in niet-verwarmde ruimtes!) te vervangen door HR++ of eventueel triple glas.

Sinds 15 augustus 2019 is er een nieuwe subsidie voor isolatie. Combineer het plaatsen van HR++ of triple glas met een andere isolatiemaatregel (dak, vloer, gevel) of combineer met zonnepanelen en je krijgt ongeveer 20% van de kosten terug. Kijk op de subsidiepagina voor meer informatie.

PUR is een chemisch product. Als je het aanbrengt, komen er gassen vrij. Het is belangrijk dat je isolatie met PUR altijd laat aanbrengen door een expert. Verder moet je na het aanbrengen van PUR goed blijven ventileren.

Nee, je moet wel een spouwmuur hebben.